Titel slide: 'Gezag over Kinderen bij Echtscheiding van Buitenlandse Onderdaan en in Turkije' door advocaat Ozan Soylu, Soylu Advocatenkantoor, Istanbul, Turkije.

Gezag over Kinderen bij Echtscheiding van Buitenlandse Onderdanen in Turkije

Wanneer een huwelijk waarbij buitenlandse onderdanen betrokken zijn op Turks grondgebied wordt ontbonden, rijst allereerst de vraag welk gerecht bevoegd is en welk recht op de gezagskwestie van toepassing is. De Turkse wet op het internationaal privaatrecht en internationaal burgerlijk procesrecht — bekend onder de afkorting MÖHUK (Wet nr. 5718) — vormt het conflictenrechtelijk kader voor deze vragen. Artikel 14 MÖHUK bepaalt: De gronden en gevolgen van de echtscheiding worden beheerst door het gemeenschappelijk nationaal recht van de echtgenoten. Hebben de echtgenoten een verschillende nationaliteit, dan is het recht van de staat van hun gemeenschappelijke gewone verblijfplaats van toepassing. Bij gebreke van een gemeenschappelijke gewone verblijfplaats is Turks recht van toepassing.

Deze bepaling heeft directe gevolgen voor gezagskwesties. Zijn beide echtgenoten onderdanen van dezelfde vreemde staat, dan wordt de echtscheiding inclusief de gezagsregeling doorgaans beheerst door het familierecht van die staat. Hebben de echtgenoten verschillende nationaliteiten en hadden zij hun gemeenschappelijke gewone verblijfplaats in Turkije, dan is Turks familierecht van toepassing als het recht van de gemeenschappelijke gewone verblijfplaats. Ontbreekt een dergelijke gemeenschappelijke verblijfplaats, dan geldt Turks recht als subsidiair toepasselijk recht.

Ook wanneer buitenlands recht de materiële grondslag van het echtscheidingsverfahren vormt, zijn Turkse rechters bevoegd om dwingende bepalingen van Turks recht inzake kinderbescherming toe te passen. Bepaalde beschermende maatregelen naar Turks recht kunnen niet door het toepasselijke buitenlandse recht worden verdrongen wanneer het belang van het kind in het geding is.

Het belang van het kind als leidend beginsel

Turkse familierechters bepalen het gezag aan de hand van één overkoepelend beginsel: het belang van het kind, in het Turks aangeduid als çocuğun üstün yararı. Artikel 182 van het Turks Burgerlijk Wetboek (TMK) bepaalt: De rechter beslist ambtshalve over het gezag over de uit het huwelijk geboren kinderen, over de persoonlijke omgang van de kinderen met de andere ouder, alsmede over de bijdrage van de ouders in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen.

Deze maatstaf geldt gelijkelijk voor Turkse onderdanen en buitenlandse staatsburgers. De nationaliteit van de ouders heeft geen enkele invloed op de beoordeling door de rechter. Turkse rechters houden bij de bepaling van het belang van het kind rekening met de emotionele band van het kind met elk van de ouders, de opvoedingscapaciteit en de leefsituatie van elk van de ouders, de stabiliteit van de sociale omgeving van het kind, een eventuele voorgeschiedenis van huiselijk geweld of verwaarlozing, de gezondheidstoestand en de onderwijsbehoeften van het kind, alsmede de bereidheid van elk van de ouders om het contact van het kind met de andere ouder te bevorderen.

Bij jonge kinderen hebben Turkse rechters van oudsher de neiging het gezag aan de moeder toe te wijzen. Dit is geen starre rechtsregel, maar een rechterlijke praktijk die is gebaseerd op de erkenning dat jonge kinderen in bijzondere mate behoefte hebben aan moederlijke zorg en hechting. Dit vermoeden is weerlegbaar: blijkt uit de omstandigheden van het geval dat toewijzing van het gezag aan de vader beter strookt met het belang van het kind, dan zal de rechter dienovereenkomstig beslissen.

Gezamenlijk gezag in Turkije

Het Turkse recht kende van oudsher geen gezamenlijk gezag na echtscheiding. Rechters wezen het eenhoofdig gezag doorgaans toe aan één ouder en kenden de andere ouder een omgangsrecht toe. Deze rechtssituatie veranderde na de ratificatie door Turkije van Protocol nr. 7 bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat op 25 maart 2016 in werking trad.

Na deze ratificatie wees de Tweede Civiele Kamer van het Turkse Hof van Cassatie (Yargıtay) op 20 februari 2017 een richtinggevend arrest (zaaknr. 2016/15771 E., 2017/1737 K.), waarin werd geoordeeld: een regeling van gezamenlijk gezag kan niet worden beschouwd als klaarblijkelijk in strijd met de Turkse openbare orde of als een schending van de fundamentele structuur en wezenlijke belangen van de Turkse samenleving. Dit arrest opende de weg voor gezamenlijk gezag in het Turkse recht.

In de praktijk komt gezamenlijk gezag vaker voor in scheidingen met wederzijds goedvinden, waarbij partijen een gezamenlijk gezagsbeding in het echtscheidingsconvenant opnemen. Ook bij overeengekomen gezamenlijk gezag dient het convenant te vermelden bij welke ouder het kind zijn gewone verblijfplaats zal hebben en op welke wijze de omgang met de andere ouder wordt geregeld. De rechter is bevoegd een gezamenlijke gezagsregeling af te wijzen indien hij deze niet in het belang van het kind acht.

Erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse gezagsbeslissingen

Een buitenlandse gezagsbeslissing heeft in Turkije geen automatische rechtskracht. Op grond van de artikelen 50 tot en met 59 MÖHUK dienen buitenlandse rechterlijke beslissingen, waaronder gezagsbeslissingen, te worden erkend en uitvoerbaar verklaard door een Turks familiegerecht via de zogenoemde tanıma ve tenfiz-procedure. De verzoeker dient aan te tonen dat de buitenlandse rechter bevoegd was naar het recht van de staat waar de beslissing is gewezen, dat de beslissing gezag van gewijsde heeft gekregen en uitvoerbaar is in het land van herkomst, dat de beslissing niet in strijd is met de Turkse openbare orde en dat de verweerder behoorlijk in de gelegenheid is gesteld zich te verdedigen.

Deze erkenningsprocedure is met name van belang voor buitenlandse ouders die in hun thuisland een gezagsbeslissing hebben verkregen en de tenuitvoerlegging daarvan in Turkije wensen te bewerkstelligen. Zonder de formele doorloping van de erkenningsprocedure heeft een buitenlandse gezagsbeslissing geen rechtskracht voor Turkse rechters.

Het Haags Verdrag en internationale kinderontvoering

Turkije is verdragsstaat bij het Haags Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen van 25 oktober 1980, dat voor Turkije op 1 augustus 2000 in werking is getreden. Het Verdrag voorziet in een civielrechtelijk mechanisme voor de onverwijlde terugkeer van kinderen die in strijd met gezagsrechten wederrechtelijk zijn overgebracht naar of worden vastgehouden in een andere verdragsstaat. Het Verdrag is van toepassing op kinderen jonger dan 16 jaar, mits zowel de staat van de gewone verblijfplaats van het kind vóór de overbrenging als de staat waarnaar het kind is overgebracht, verdragsstaten zijn.

De Turkse Centrale Autoriteit in de zin van het Haags Verdrag is het Ministerie van Justitie. Na ontvangst van een verzoek stuurt het Ministerie dit door naar de bevoegde officier van justitie, die een procedure aanhangig maakt bij de bevoegde familierechtbank. Het Verdrag voorziet in een spoedige behandeling, maar in de praktijk overschrijden Turkse rechters de in het Verdrag genoemde termijn van zes weken regelmatig.

Buitenlandse ouders wier kind wederrechtelijk naar Turkije is overgebracht of daar wordt vastgehouden, dienen onverwijld te handelen. Wordt het verzoek eerst ingediend nadat meer dan één jaar is verstreken sinds de wederrechtelijke overbrenging of het achterhouden, dan kan de rechter de terugkeer van het kind weigeren indien het kind in zijn nieuwe omgeving is ingeburgerd. Benadrukt dient te worden dat het Haags Verdrag geen gezagsbeslissing inhoudt: het uitsluitende doel ervan is het herstel van de status quo door terugkeer van het kind naar de staat van zijn gewone verblijfplaats.

Praktische aandachtspunten voor buitenlandse ouders

Buitenlandse onderdanen die betrokken zijn bij gezagsprocedures in Turkije worden geconfronteerd met bijzondere procedurele vereisten. Van centraal belang is het inschakelen van een Turkse advocaat gespecialiseerd in familierecht, die vertrouwd is met de procesrechtelijke bijzonderheden van het Turkse rechtssysteem. Ouders die niet persoonlijk bij zittingen aanwezig kunnen zijn, kunnen hun advocaat machtigen door middel van een notarieel gecertificeerde volmacht, die ook bij het Turkse consulaat in het buitenland kan worden opgesteld.

Alle buitenlandse documenten die aan een Turkse rechter worden overgelegd, dienen vergezeld te gaan van een gecertificeerde vertaling in het Turks, opgesteld door een beëdigd vertaler. Geboorteakten, huwelijksakten en eventuele buitenlandse rechterlijke beslissingen dienen vóór indiening te worden voorzien van een apostille of te worden gelegaliseerd via de bevoegde consulaire instanties.

Turkse rechters zijn bevoegd gedurende een lopende gezagsprocedure een uitreisverbod voor het kind op te leggen. Bij een reëel risico op internationale kinderontvoering kan de rechter gelasten dat het paspoort van het kind bij de rechtbank wordt ingeleverd. Voorts is de ouder zonder gezag ongeacht zijn nationaliteit verplicht kinderalimentatie te betalen — in het Turks aangeduid als iştirak nafakası — welke verplichting via Turkse rechters ten uitvoer kan worden gelegd.

Advocaat Ozan Soylu — Turks Scheidingsadvocaat

Advocaat Ozan Soylu, oprichter van Soylu Hukuk, verleent rechtsbijstand in echtscheidings- en gezagszaken aan zowel Turkse als buitenlandse cliënten. Het kantoor beschikt over ruime ervaring in internationale familierechtelijke geschillen, grensoverschrijdende gezagszaken en procedures op grond van het Haags Verdrag. Soylu Hukuk is gevestigd in Istanbul en vertegenwoordigt cliënten voor Turkse familierechtbanken.


Voor meer hulp of advies over deze kwestie kunt u contact met ons opnemen.

Anasayfa Artikelen Familierecht Gezag over Kinderen bij Echtscheiding van Buitenlandse Onderdanen in Turkije
Anasayfa Artikelen Familierecht Gezag over Kinderen bij Echtscheiding van Buitenlandse Onderdanen in Turkije